Indexbelegen of Evidence Based Indexbeleggen?
Indexbeleggen is een populaire manier van beleggen en voor veel mensen een prima startpunt. Toch zitten er ook een paar minder bekende nadelen aan vast die je uiteindelijke rendement kunnen drukken. Als je die nadelen kent, kun je slimme keuzes maken die je juist verder helpen. In deze uitleg laten we je met praktische voorbeelden zien hoe het anders – en vaak beter – kan. Wij noemen dit Evidence Based Indexbeleggen.
Indexbeleggen is duur kopen en goedkoop verkopen
Een belangrijk nadeel van commerciële indices is het moment waarop een onderneming wordt opgenomen in de index en wanneer een onderneming de index weer verlaat. Een aandeel komt in aanmerking om opgenomen te worden in de index op het moment dat de koers meestal een sterke koersstijging heeft laten zien. Dit kan voor een indexbelegger leiden tot het aanschaffen van een aandeel met extreme waarderingen.
Een bekend voorbeeld is Tesla. Een indexbelegger die belegt in de S&P 500 index gaat pas beleggen in Tesla nadat het aandeel een enorm stijging al achter de rug heeft.
Indexbeleggen betekent stijldrift
Stel dat het jouw wens is om in aandelen van kleine ondernemingen te gaan beleggen. Je besluit een ETF aan te schaffen die de MSCI World Smallcap index volgt. Stel je voor dat je de ETF gekocht hebt juist op het moment dat de index is aangepast. Op dat moment beleg je daadwerkelijk uitsluitend in aandelen van kleine ondernemingen. Een belangrijk kenmerk van een index is dat deze één tot vier keer per jaar wordt aangepast. Gedurende die periode kan er van alles gebeuren.
Begin 2021 steeg de small-cap onderneming Gamestop zo hard in waarde dat het niet langer voldeed aan het small-cap criterium. Het was een large-cap aandeel geworden. Het gevolg is dat bij indexbeleggen deze onderneming één van de grootste belangen in de portefeuille is geworden.
Bij Evidence Based beleggen wordt op dagbasis gekeken of er mutaties doorgevoerd moeten worden. Dit zorgt voor een continue blootstelling aan de gewenste aandelencategorie!
De verborgen kosten van indexbeleggen
Elke index wordt periodiek aangepast. Elk indexfonds of ETF dat een index volgt, zal zo dicht mogelijk bij het aanpassingsmoment de onderliggende beleggingen aan- of verkopen. Elk verschil in de koers ten opzichte van de indexaanpassing zal namelijk resulteren in een performanceverschil. Dit wordt met een duur woord de ‘tracking error’ genoemd. Het doel van indexfondsen en ETF’s is om te ‘tracking error’ te minimaliseren.
Het resultaat is dat alle indexfondsen en ETF’s op hetzelfde moment de aanpassingen in hun portefeuille doorvoeren. Omdat er binnen deze fondsen enorm veel gelden wordt beheerd is het resultaat dat er rond het aanpassingsmoment van de index een enorme omzetpiek zichtbaar wordt. De grafiek laat dit duidelijk zien. Van een aantal zeer belangrijke indices is de omzet rond de indexaanpassing in beeld gebracht. In totaal zijn er 80 handelsdagen zichtbaar, waarvan 40 dagen voor en 40 dagen na de datum van de indexaanpassing. Dit heeft als gevolg dat indexvolgende beleggingsfondsen door hun beleggingsbeleid ‘gedwongen’ worden om rond de indexaanpassing hun portefeuilles in lijn te brengen met de index.
Ze zijn dus verplicht om transacties door te voeren, ongeacht de koers. De enorme piek in omzet is niet te missen! Omdat er veel vermogen door deze fondsen wordt beheerd worden er dus voor enorme bedragen rond de indexaanpassing doorgevoerd. Academisch onderzoek heeft aangetoond dat de geschatte kosten variëren van 0,25% voor liquide markten zoals de S&P 500 index tot 1,25% voor minder liquide markten, zoals de opkomende markten en aandelen van kleinere ondernemingen.
Wie is de tegenpartij van de indexvolgende beleggingsfondsen?
Voor elke onderliggende waarde waarbij de weging wordt aangepast zal er uiteraard voldoende liquiditeit aanwezig moeten zijn. De indexfondsen en ETF’s zullen andere beleggers bereid moeten zien te krijgen om als tegenpartij op te willen treden. Deze tegenpartijen zijn professionele beleggers die feitelijk inspelen op de indexaanpassingen die komen gaan. Zij verschaffen dus de liquiditeit!
De liquiditeitsverschaffers kopen van te voren al de beleggingen op die een hogere weging in de index krijgen en verkopen beleggingen die een lagere weging in de index krijgen. Dit zorgt ervoor dat beleggingsobjecten die een hogere weging krijgen met een prijsopdrijvend effect te maken krijgen en beleggingsobjecten die een lagere weging krijgen of helemaal geen weging meer te maken krijgen met een koers verlagend effect. De liquiditeitverschaffers vragen hier uiteraard een beloning voor. De beloning bestaat uit het koersverschil waarmee de liquiditeitsverschaffers hun positie hebben verkregen. Deze beloning zijn kosten voor de indexbelegger.
Na de indexaanpassing blijkt uit onderzoek dat de koersen een tegenovergesteld effect gaan vertonen. Beleggingobjecten die verwijderd zijn uit de index of een lagere weging hebben gekregen gaan ‘outperformen’ en beleggingsobjecten die zijn opgenomen in de index of een hogere weging hebben gekregen gaan ‘underperformen’.
Wetenschappelijke indices presteren beter dan commerciele indices
Bij EBI Capital hanteren wij een wetenschappelijk onderbouwde beleggingsfilosofie. Dat betekent dat wij gebruik maken van wetenschappelijke beleggingsdefinities. Commerciële indexbouwers hanteren maar al te vaak eigen definities. Een indexbelegger loopt dan het risico dat de definitie die de indexbouwer hanteert een andere definitie is dan de wetenschappelijk heeft bedoeld.
Stel dat je wilt gaan beleggen in aandelen van kleine beursgenoteerde ondernemingen uit de opkomende markten. De bekendste index is de MSCI Emerging Markets Small Cap Index. Er bestaat echter ook een wetenschappelijke index. Dit is de Fama-French Emerging Markets Small Cap Index. Het gemiddeld jaarrendement van de Fama-French index bedraagt 7,31%, die van de commerciële index bedraagt 4,46%. Een belegger die gebruik maakt van de wetenschappelijke index weet sinds 1994 1,5 x zoveel vermogen op te bouwen.
